Contactgegevens T 078 - 79 99 932 078 - 79 99 932

De sterke positie van een bewindvoerder Wsnp in het minnelijk traject

Een relatief hoog uitkeringspercentage
Schuldenaar had vijf schuldeisers: een preferente en vier concurrente, die in totaal een bedrag van € 78.611,- van haar te vorderen hadden. Zij had een minnelijke schuldregeling aangeboden waarbij de preferente schuldeiser het (in een wettelijke schuldsanering gebruikelijke) dubbele percentage (in casu 83,33 %) zou ontvangen en de concurrente schuldeisers het (enkelvoudige) percentage van 41,66%, en dit tegen finale kwijting. Dit schikkingsvoorstel was gebaseerd op een fulltime dienstbetrekking met een arbeidscontract voor bepaalde tijd en met uitkering van een prognosepercentage. Schuldenaar stelde zich op het standpunt dat zij al het mogelijke had gedaan om deze percentages aan te kunnen bieden aan haar schuldeisers. Schuldenaar had daarnaast sinds de aanmelding bij de schuldhulpverlening geen nieuwe schulden gemaakt of betalingsachterstanden laten ontstaan. Vier van de vijf schuldeisers stemden in met het aanbod, waaronder ook de preferente schuldeiser. Alleen Hoist Finance weigerde. Hoist had een vordering van € 52.306,- op zowel schuldenaar als haar partner en zou dus van schuldenaar op de vordering 41,66% ontvangen, en nog eens 13% van de partner van schuldenaar, zijnde in totaal een uitkeringspercentage van 54,75%.

Standpunt weigerende crediteur
Schuldenaar werd bijgestaan door twee schuldhulpverleners van SBN en namens Hoist Finance verscheen een vertegenwoordiger van LAVG gerechtsdeurwaarders ter zitting van de rechtbank in Rotterdam. Gemakkelijk is een verzoek dwangakkoord nooit, want de vrijheid van de crediteur om te weigeren staat voorop – de rechtbank begint daar ook mee in haar vonnis – en het is dus aan de debiteur om met een duidelijk en overtuigend verhaal te komen om aan de bewijslast te voldoen. En dat lukte in dit geval. Hoist bepleitte dat een minnelijke regeling nu eenmaal minder garanties biedt dan een wettelijke schuldsanering. Bovendien biedt een minnelijke regeling minder zicht op een gunstiger resultaat dan een schuldsanering, aldus Hoist. Dit klinkt toch een beetje vreemd, want of deze beweringen in het algemeen zijn gedaan of juist op deze casus betrekking had blijft wat onduidelijk. Het voorgestelde akkoord zou ook in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid, gelet op de langlopende verplichtingen die schuldenaar is aangegaan en gelet op de welwillende houding van Hoist. En het belang bij een weigering staat vast nu de aangeboden schikking voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering op schuldenaar. De Rotterdamse rechters gaan in deze laatste stelling mee, maar gaan vervolgens – in diezelfde sleutel van de (on)redelijkheid – de belangen van partijen tegen elkaar afwegen.

Het minnelijke proces en het gedane aanbod
In het totaal van de schuldenlast heeft Hoist een aandeel van ruim 66%, en een ruime meerderheid van de schuldeisers is akkoord gegaan met het voorstel, zo begint de rechtbank. Dit voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten de schuldhulpverlening van SBN. Het voorstel is ook goed en controleerbaar gedocumenteerd. Dat de Wsnp meer waarborgen zou bieden is niet zo, aldus de rechtbank. Het minnelijke traject is uitgevoerd onder toezicht van een Wsnp-bewindvoerder, en deze heeft ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat schuldenaar het maximale zal afdragen aan haar schuldeisers, is voldaan. Een uitstekende redenering van de rechters, want de Wsnp-bewindvoering vormt een afgebakende beroepsgroep, geregistreerd bij de Raad voor Rechtsbijstand te Den Bosch, die moet voldoen aan allerlei wettelijke kwaliteitseisen, en voor wie het toezicht in schuldsaneringsprocedures de core business is. De rechtbank gaat verder: het minnelijke aanbod zal naar verwachting een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeiser(s) dan in een eventuele wettelijke schuldsaneringsregeling. Schuldenaar voldoet met haar fulltime baan van 36 uur al aan de werkverplichting uit de Wsnp. Zij zal dus in een Wsnp niet tot meer verplicht worden. Bovendien geldt dat bij toepassing van de schuldsaneringsregeling het salaris van de bewindvoerder en het griffierecht in aftrek zouden komen op de te verwachte opbrengst voor de schuldeisers. Dan zou dus – nog afgezien van de langere tijdsduur – een schuldsanering zelfs minder opleveren dan het nu voorgestelde akkoord. De rechtbank weegt ook de belangen mee van de overige schuldeisers die wel hebben ingestemd met de minnelijke oplossing. Zo wijst de rechtbank het verzochte bevel aan Hoist om in te stemmen toe. Samenvattend: Het schikkingsaanbod was en is inderdaad objectief aantoonbaar het maximum haalbare, en kon een vergelijking met een eventuele schuldsaneringsopbrengst glansrijk doorstaan.

Bron: Rechtbank Rotterdam 8 november 2017, Rek.nr. C/10/532606/FTEA17/1604

94%

In 94% van de gevallen komen we tot een schuldregeling.

95%

95% van deze schuldregelingen wordt tot een goed einde gebracht.

100 dagen

de gemiddelde duur van onze schuldbemiddeling is 100 dagen.

Scroll naar boven