Contactgegevens T 078 - 79 99 932 078 - 79 99 932

Dwangakkoord toegewezen bij schadevergoedingsvordering

Een opmerkelijke zaak
Een opmerkelijk hoger beroep diende bij het Haagse Gerechtshof tegen een vonnis van de Haagse Rechtbank waarbij het verzoekschrift van schuldenaar om een gedwongen schuldregeling tegen twee schuldeisers werd afgewezen. Wat was er aan de hand? De Rechtbank had geoordeeld dat er onvoldoende feiten en omstandigheden waren gesteld en bewezen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de schuldeisers Tele2 en De Boer in redelijkheid niet tot een weigering van hun instemming met het door schuldenaar aangeboden akkoord konden komen. De schuld aan De Boer dateerde weliswaar alweer van april 2002, maar betrof iets bijzonders, namelijk een schadevergoeding van € 1.453,- exclusief tenuitvoerleggingskosten, die door de strafrechter was opgelegd in verband met een door schuldenaar gepleegde diefstal met braak. Deze vordering was inmiddels opgelopen tot bijna € 2.000,-, en er was in de loop der jaren € 633,- op afgelost. De Boer had aldus nog een bedrag van € 1.343,- te vorderen van schuldenaar. De vordering van Tele2 bedroeg slechts € 295,- en was van recenter datum, namelijk augustus 2013.

Het maximaal haalbare aangetoond
Beide schuldeisers namen niet de moeite om hun bezwaren tegen een gedwongen schuldregeling in hoger beroep kenbaar te maken, schriftelijk noch mondeling. Schuldenaar verscheen bij het Hof met zijn advocaat, met zijn beschermingsbewindvoerder, met zijn begeleider van Parnassia en met twee schuldhulpverleners van SBN. Het Hof zag zich dus geconfronteerd met een actief netwerk aan hulpverlening rondom de verzoeker, en twee afwezige wederpartijen. Allereerst somt het Hof de elf gezichtspunten op die volgens rechtersrecht invulling geven aan de algemene norm van de onevenredigheid van belangen uit artikel 287a lid 5 Fw. Vervolgens schetst het Hof dat de totale schuldenlast van schuldenaar € 30.895,- bedraagt aan 17 schuldeisers, waarbij 15 akkoord gaan en waarbij de vorderingen van de twee weigerende schuldeisers een percentage van de totale schuldenlast belopen van 1% respectievelijk 4,3%. SBN had becijferd dat het vrij te laten bedrag voor schuldenaar ook in een wettelijk schuldsaneringstraject hoger zou zijn dan zijn maandelijks inkomen, zodat er geen bedrag voor betaling aan de schuldeisers beschikbaar was of zou komen. Het Hof oordeelde dat schuldenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat het aanbod van een uit te delen bedrag ad € 1.421,- (te weten 3,83% voor alle concurrente crediteuren) het uiterste was waartoe hij financieel in staat moest worden geacht.

Een dicht netwerk van advies en begeleiding
Het Hof achtte hierbij van belang dat SBN duidelijk had gemaakt dat schuldenaar te kampen had en heeft met psychische problematiek, die maakte dat het niet aannemelijk was dat schuldenaar op de korte of de middellange termijn inkomen uit arbeid zou gaan verwerven. Niet aannemelijk was dus ook dat de opbrengst voor de schuldeisers in een wettelijk traject hoger zou kunnen zijn dan in het nu gedane minnelijke schikkingsaanbod tegen finale kwijting. De vermogensvergelijking minnelijke versus wettelijke opbrengst was dus snel gemaakt. Het Hof zegt het niet, maar die vergelijking hoeft overigens niet perse een lagere Wsnp-opbrengst te bieden, wil een weigering onredelijk uitpakken. Ook als de beide opbrengsten evenveel zijn, of nagenoeg evenveel zijn (dus als de Wsnp opbrengst ietsje hoger uitvalt) kan er sprake zijn van een onredelijke weigering die een dwangakkoord mogelijk maakt. Dat kan allemaal binnen het ruime bestek van het onredelijkheidscriterium, mits er (zoals in deze casus) een goed verhaal bij zit van de kant van de verzoeker. In deze zaak zal zeker ook hebben meegespeeld dat de samenwerkende partijen in de hulpverlening een waarborg boden dat het minnelijke aanbod ook zou worden nagekomen. Een goede begeleiding biedt een stok achter de deur richting cliënt, die soms moet worden geactiveerd om hem op het goede spoor te houden.

Nog drie argumenten die meewegen
Het Hof overweegt dat de beide vorderingen van deze crediteuren in de totale schuldenlast slechts een beperkt aandeel hebben (1% en 4,3%) ten opzichte van de crediteuren die wel hadden ingestemd. Interessant is verder ook dat het Hof expliciet laat meewegen dat Tele2 en De Boer in hoger beroep niet zijn verschenen om hun weigering nader toe te lichten, ook niet schriftelijk. Misschien waren ze niet zo bekend met de dwangakkoordjurisprudentie of dachten ze een sterke zaak te hebben en hadden ze niet verwacht dat het vonnis in hoger beroep nog “over de kop” zou kunnen gaan. Of waren het financiële motieven: bij een dergelijke geringe vordering is iedere tijd en moeite die je besteedt aan een procedure algauw teveel. Tenslotte is opmerkelijk dat het Haagse Hof expliciet overweegt dat het feit dat de vordering van De Boer ziet op een strafrechtelijke veroordeling (en dus op verwijtbaar handelen van schuldenaar jegens De Boer) voor het Hof onvoldoende reden vormt om het dwangakkoord te weigeren, “mede gezien de lange tijd die verstreken is sinds het ontstaan van deze vordering”. De tijd tikt dus in het nadeel van diegene die aanspraak heeft op de schadevergoeding, ook als dat door de strafrechter is opgelegd. Dat ook dan een dwangakkoord op zichzelf tot de mogelijkheden behoort, is niet alledaags en een geslaagd beroep daarop blijft voorbehouden aan wie een sterke zaak met sterke argumenten heeft, en die ook goed weet te hanteren. Of aan wie een zwakke zaak heeft, maar die toch met goede argumenten goed over het voetlicht brengt.

Bron: Gerechtshof Den Haag 21 juni 2016, Rek.nr. C/09/504511/FTRK16/234 en C/09/504512/FTRK16/235 Zaaknrs. 200.190.331/01 en 200.190.342/01

94%

In 94% van de gevallen komen we tot een schuldregeling.

95%

95% van deze schuldregelingen wordt tot een goed einde gebracht.

100 dagen

de gemiddelde duur van onze schuldbemiddeling is 100 dagen.

Scroll naar boven