Contactgegevens T 078 - 79 99 932 078 - 79 99 932

Dwangakkoord toegewezen: ondernemer versus grootste weigeraar

Kern: 
Een dwangakkoord kan tegen de grootse schuldeiser worden opgelegd. Ook wanneer het, zoals in casu aan de orde,  een zelfstandig ondernemer betreft waarbij meer schuldeisers gemotiveerd weigeren. Het toekomstperspectief, specifiek de (on)zekerheid daarvan, acht de rechtbank hierin als zwaarwegende factor.

Vijf weigeraars met een groot aandeel in de schuldenlast. 
Schuldenaar had een kapperszaak en in totaal 22 schuldeisers die in totaal een bedrag van € 155.030,- te vorderen hadden. Hij kon een minnelijke schuldregeling aanbieden die inhield dat aan de enige preferente schuldeiser een percentage van 26% werd aangeboden, en 13% aan de concurrente schuldeisers, tegen finale kwijting. vijf weigerende schuldeisers: het CAK, de Gemeente Rotterdam, de Volkswagen bank, Hoist Finance en T-Mobile. Hoist was ook nog schuldeiser van zijn partner. Het aangeboden minnelijke akkoord was gebaseerd op de NVVK-norm en voorzag in de uitkering van een prognosepercentage, gebaseerd op de afloscapaciteit die hij had op basis van zijn werk als zelfstandig ondernemer. De afloscapaciteit werd vermeerderd met de opbrengst uit zijn woning, welke tijdens het minnelijk traject werd verkocht ten behoeve van zijn schuldeisers. Sinds de aanmelding bij de schuldhulpverlening had schuldenaar geen nieuwe schulden of betalingsachterstanden meer laten ontstaan. Zeventien schuldeisers stemden wel in het aanbod, maar genoemde vijf schuldeisers niet. Deze vijf weigeraars hadden in totaal € 67.696,- van schuldenaar te vorderen en dat vertegenwoordigde ruim 43% van de totale schuldenlast.

Geen gemakkelijke casus. 
De Rechtbank Rotterdam moest zich buigen over deze casus waarbij het aangeboden maar afgewezen minnelijke akkoord werd voorgelegd aan de Rechtbank om als een dwangakkoord te worden vastgesteld. Geen heel gemakkelijke casus, zo oordeelde ook de gemeente waar verzoeker zich een jaar eerder meldde. Een zelfstandig ondernemer, vermogensbestanddelen in de vorm van een woning en een auto, een complex schuldenpakket, enzovoorts. Vanuit daar werd hij namelijk doorverwezen naar een particuliere instantie.

Daarbij kwam nog de omstandigheid dat het niet slechts een, maar vijf weigeraars betrof die samen ook nog eens een substantieel aandeel in de schuldenberg van schuldenaar hadden. Een gerechtsdeurwaarderskantoor diende namens Hoist als enige een verweerschrift in. Ter zitting waren ook twee schuldhulpverleners aanwezig, werkzaam bij Schuldbemiddeling Nederland. Hoist vond dat een minnelijke regeling minder garanties en zekerheden biedt dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, en ook minder uitzicht op een gunstiger resultaat dan de schuldsanering. Hoist vond verder dat een dwangakkoord in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid, gelet op de langlopende verplichtingen die schuldenaar was aangegaan en de welwillende opstelling van Hoist. De Rotterdamse rechtbank ging in deze stellingen niet mee.

“De Wsnp biedt nu eenmaal meer waarborgen”. 
De Rechtbank stelt vast dat het minnelijke voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, namelijk de (overigens: niet-gemeentelijke) schuldhulpverlening. De Rechtbank vond dit voorstel goed en controleerbaar gedocumenteerd. Het minnelijk traject was uitgevoerd onder toezicht van een Wsnp-bewindvoerder, zo vervolgt de Rechtbank. Dat de wettelijke schuldsanering meer waarborgen biedt, is een opvatting die de Rechtbank niet deelt. Dat is in feite ook logisch, want anders zou men nooit tot een dwangakkoord kunnen komen: dan zou een schuldeiser altijd met recht kunnen aankoersen op het wettelijke traject. Omdat het nu eenmaal een uitgebreid geregelde wettelijke procedure is, geeft dat in theorie meer vastigheid, maar dat wil nog niet zeggen dat het daarom dus ook per definitie altijd gunstiger uitpakt. De essentie van het dwangakkoord is nu juist, dat in sommige gevallen – mits men dat goed op de bühne weet te brengen – een gedaan minnelijk voorstel objectief het maximaal haalbare blijkt, en dus een betere oplossing is dan het doorlopen van de wettelijke procedure van drie jaar. Dat sluit aan op de overweging van de Rechtbank, dat door de waarnemend Wsnp-bewindvoerder ter zitting is verklaard dat aan alle waarborgen is voldaan, die ervoor moeten zorgen dat verzoeker het maximale ten behoeve van zijn schuldeisers zal afdragen.

Akkoordvoorstel is gunstiger dan een Wsnp. 
De Rechtbank oordeelt dat de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat zal hebben voor de schuldeisers dan een schuldsaneringssituatie. Want dan komen het bewindvoerderssalaris en het griffierecht in mindering op de opbrengst. Heel belangrijk is ook dat in de Wsnp het niet (of nauwelijks) is toegestaan (zie artikel 311 Fw) om een onderneming te behouden – dus dan zal de onderneming van schuldenaar gestaakt moeten worden. Schuldenaar zal dan geen recht hebben op een bijstandsuitkering in verband met het inkomen van zijn partner, en zal op zoek moeten naar een fulltime baan (in loondienst) waarvan het onzeker is of hij die gaat vinden. Die onzekere toekomst is niet aantrekkelijk voor de schuldeisers, zo redeneert de Rechtbank. Het blijft ingewikkeld en in hoge mate afhankelijk van het concrete geval en de goede argumenten - De onderneming is immers meestal tegelijk de bron van de schulden als de mogelijke uitweg als bron van nieuwe inkomsten. Hoe dan ook is de conclusie van de Rotterdamse rechters dat de belangen van schuldenaar - die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen - en ook van de overige schuldeisers die wel hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van de vijf weigerende schuldeisers, en het verzoek dwangakkoord wordt dus toegewezen. Wat leek op een lastig verzoekschrift jegens veel grote weigerachtige crediteuren, wordt zo toch gehonoreerd.

Bron: Rechtbank Rotterdam 8 november 2017, Reknr. C/10/532558/FTEA17/1600

94%

In 94% van de gevallen komen we tot een schuldregeling.

95%

95% van deze schuldregelingen wordt tot een goed einde gebracht.

100 dagen

de gemiddelde duur van onze schuldbemiddeling is 100 dagen.

Scroll naar boven