Contactgegevens T 078 - 79 99 932 078 - 79 99 932

Hardheidsclausule bij toepassing Wsnp door beschermingsbewind

Kern:
Schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten hoeven niet perse de toegang tot de wettelijke schuldsaneringsregeling te belemmeren. Want de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw biedt een achterdeur voor toelating. Daar moet dan wel werk van worden gemaakt met goede argumenten, die meer inhouden dan een beroep op clementie wegens de moeilijke situatie van de debiteur. Argumenten zoals een ommekeer in het leven van de verzoeker die al enige tijd aanhoudt, en dus structuur en stabiliteit biedt, en grip op de factoren die voor de problematiek hebben gezorgd. Daarbij horen een sociaal en professioneel vangnet, zelfinzicht en bereidheid om geholpen te worden, en geen nieuwe schulden.

Eerst de feiten en de omstandigheden
Cliënt verzoekt aan het Hof om het vonnis van de Rechtbank Overijssel van 23 oktober 2018 te vernietigen en hem alsnog toe te laten tot de schuldsanering. Tijdens de mondelinge behandeling is cliënt verschenen, vergezeld van iemand van de zorginstantie en bijgestaan door zijn raadsman. Ook is de op 4 oktober 2016 benoemde beschermingsbewindvoerder van de Stadsbank Oost-Nederland verschenen. Op 13 mei 2000 zijn bij de vuurwerkramp in Enschede zijn drie familieleden van hem omgekomen. Cliënt woont sinds 2000, met uitzondering van 2014 tot juni 2016 (in welke periode hij een huurwoning had), in bij zijn vader. Cliënt was in het verleden werkzaam als taxichauffeur. Ongeveer drie à vier jaar geleden heeft hij voor het laatst gewerkt. In verband met psychische en lichamelijke klachten is hij volledig afgekeurd en ontvangt hij een uitkering. Naast de wekelijkse begeleiding van een zorginstantie staat cliënt onder behandeling van een psycholoog/psychiater. De schuldenlast bedraagt volgens de crediteurenlijst in totaal € 37.675,41. Het gaat om schulden aan Vodafone/Libertel van € 1.969,60, KPN van € 1.664,24, Ziggo Services B.V. van € 302,16 en € 98,96, T-Mobile van € 4.880,62, € 1.200,87, € 1.974,64, € 707,- en € 4.601,46, Woningstichting van € 2.514,55 en de Belastingdienst van in totaal € 4.575,27 (waaronder huurtoeslag 2014, € 1.548,97, huurtoeslag 2015, € 1.160,-, en huurtoeslag 2016, € 889,30).

Wat deed de Rechtbank?
De rechtbank had het Wsnp-verzoek afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk was geworden dat cliënt ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand het verzoekschrift, te goeder trouw was geweest. De rechtbank overwoog dat de schulden aan T-Mobile, KPN en Vodafone/Libertel zijn ontstaan in strijd met goede trouw. Cliënt heeft verklaard dat hij abonnementen heeft afgesloten om de telefoons door te verkopen met de bedoeling contant geld te genereren. Cliënt wist, of behoorde te weten, op het moment dat hij de abonnementen afsloot dat hij niet in staat was de aan de abonnementen verbonden maandelijkse lasten te voldoen en dat dus nieuwe schulden zouden ontstaan. Weliswaar stelt cliënt dat het hierbij om ‘oude’ schulden gaat, maar dat blijkt niet uit het verzoekschrift. Slechts bij de schuld aan Vodafone/Libertel is aannemelijk geworden dat deze schuld in 2000 is ontstaan. Voor de schulden aan T-Mobile, voor zover gelegen binnen de vijfjaarstermijn, en KPN is dit niet aannemelijk gemaakt, aldus de rechtbank.

Verzoekschrift versus boedelbeschrijving
Daarnaast konden cliënt noch de beschermingsbewindvoerder het grote verschil duidelijk verklaren tussen de totale schuldenlast, zoals in de overzichten van het verzoekschrift en in de boedelbeschrijving vermeld. Volgens de beschermingsbewindvoerder is de opgave in het verzoekschrift juist. Cliënt stelt dat de belastingschuld, zoals bij de boedelbeschrijving vermeld, in verband met het (alsnog) doen van aangifte is verlaagd en dat hij deze schuld niet heeft afgelost. Door het ontbreken van een concrete onderbouwing heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen of cliënt al dan niet door het aflossen van deze schuld andere schulden onbetaald heeft moeten laten en dus achtte zij niet aannemelijk geworden dat cliënt ten aanzien van het onbetaald laten van die schulden te goeder trouw is geweest.

Vijfjaarstermijn goede trouw
Het Hof is van oordeel dat cliënt wat betreft zijn schulden aan de diverse telefoonproviders voldoende gedocumenteerd aannemelijk heeft gemaakt dat deze schulden, met uitzondering van de schuld aan KPN uit 2015, langer dan vijf jaar geleden zijn ontstaan en dat die schulden daarom bij de beoordeling van zijn goede trouw buiten beschouwing moeten worden gelaten. Dit lijkt een opmerkelijke passage, maar het Hof bedoelt hier vermoedelijk: kunnen worden gelaten. Want artikel 288 Fw staat er natuurlijk niet aan in de weg dat bepaalde schulden die weliswaar ouder zijn dan vijf jaar toch– afhankelijk van de rechterlijke vrijheid van beoordeling inzake de aard en de omvang van de betreffende schuld – mee kunnen wegen bij het goede trouw toelatingsoordeel. Met betrekking tot de over 2014, 2015 en 2016 door de Belastingdienst van cliënt teruggevorderde huurtoeslag en de met de huurwoning verband houdende schuld aan De Woonplaats (herstelkosten na zijn vertrek uit de woning in juni 2016), heeft cliënt daarentegen geen overtuigende argumenten aangevoerd op basis waarvan zijn goede trouw kan worden aangenomen. Het Hof kijkt ook naar de persoon van cliënt. Gelet op het vastgestelde IQ van 65, in samenhang met zijn langdurige, met de gevolgen van de vuurwerkramp verband houdende psychische en lichamelijke klachten (die tot volledige afkeuring hebben geleid), is het Hof van oordeel dat de mate waarin cliënt het ontstaan en onbetaald laten van deze - en ook andere - schulden kan worden verweten de nodige nuancering behoeft. Deze nuancering gaat niet zover dat cliënt op basis daarvan tot de schuldsanering kan worden toegelaten.

Beroep op hardheidsclausule slaagt
Het Hof beoordeelt daarom of cliënt op grond van artikel 288 lid 3 Fw (de hardheidsclausule) in aanmerking kan komen, en dat beroep slaagt. Het Hof motiveert dat als volgt. Cliënt heeft in het verleden ingezien dat hij afhankelijk is van hulp op meerdere terreinen. Deze hulp is ook ingeschakeld. Gebleken is dat cliënt al voor het in 2016 ingestelde beschermingsbewind door maatschappelijk werk werd ondersteund. Cliënt krijgt wekelijks begeleiding van de zorginstantie bij het op orde houden van zijn administratie en het aanbrengen van structuur in zijn leven. Zijn begeleidster heeft regelmatig contact met de beschermingsbewindvoerder. De begeleiding heeft aantoonbaar positieve invloed gehad op de belangrijke terreinen van zijn leven. Ook volgens de door de beschermingsbewindvoerder gegeven verklaring is de financiële situatie stabiel en zijn er (nagenoeg) geen nieuwe schulden ontstaan. Het hof acht dit, mede op basis van de ter zitting gegeven toelichting op (het ontstaan van) diverse schulden en de overgelegde stukken, voldoende aannemelijk.

Zo is voor het Hof voldoende aannemelijk geworden dat cliënt de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden onder controle heeft gekregen en dat hij een zekere (persoonlijke) ontwikkeling heeft doorgemaakt, die zich toont in het feit dat hij greep heeft gekregen op de omstandigheden die hem in financiële problemen hebben gebracht, een en ander in de zin van artikel 288 lid 3 Fw. Mede gelet op het huidige aanwezige vangnet voor cliënt, is ook voldoende aannemelijk geworden dat cliënt zal kunnen voldoen aan de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Hierbij gaat het Hof er vanuit dat cliënt de thans aan hem geboden hulp en begeleiding zal blijven aanvaarden. 

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, 20 december 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:11118

94%

In 94% van de gevallen komen we tot een schuldregeling.

95%

95% van deze schuldregelingen wordt tot een goed einde gebracht.

100 dagen

de gemiddelde duur van onze schuldbemiddeling is 100 dagen.

Scroll naar boven